TEL: 02 230 22 54

Contracten en statuten

MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR CONTRACTEN EN STATUTEN

 

Leidraad ten behoeve van het artsencorps opgesteld door de Contractencommissie van de Orde  der artsen van Vlaams-Brabant en Brussel.

(versie 12/5/2017).

 

INLEIDING

Het is een deontologische plicht alle contracten, samenwerkingsovereenkomsten, statuten… die de uitoefening van geneeskunde betreffen voorafgaandelijk voor te leggen aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. Als in deze teksten verwezen wordt naar bijlagen dienen deze eveneens voorgelegd te worden.

Zo er binnen een samenwerkingsverband artsen uit verschillende Provinciale Raden betrokken zijn, moeten de artsen individueel de documenten voorleggen aan hun respectievelijke Raden. De ontwerpteksten kunnen zo nodig door de opsteller ervan aan de Provinciale Raad worden toegestuurd, doch de verdere correspondentie geschiedt steeds tussen de Raad en de berokken arts. De Provinciale Raad heeft namelijk alleen bevoegdheid over de individuele arts en geenszins over derden.

De bevoegdheid van de Raad beperkt zich tot het beoordelen van de (ontwerp)documenten op deontologisch vlak. Het is de Contractencommissie - samengesteld uit raadsleden en eventueel technisch raadgevers en bijgestaan door een magistraat - die deze documenten grondig doorneemt maar het is uiteindelijk de Raad die het visum al dan niet verleent.

We kunnen ons inbeelden dat deze verplichting binnen het medisch korps niet altijd zo populair is. Ze wordt soms ervaren als een nutteloze en vertragende administratieve rompslomp. Maar ervaring heeft ons geleerd dat in geval van onenigheid of conflict tussen samenwerkende collegae de visie op deze verplichting helemaal verandert!

Het zijn meestal de deontologisch onaanvaardbare contracten (die bijgevolg nooit het visum ontvingen van de Raad) die bij conflictsituaties leiden tot schrijnende toestanden. Bij de beoordeling van de ontwerpen wordt er naast de strikt deontologische vereisten ook een bijzondere aandacht besteed aan het bannen van alle conflictgenererende elementen uit de contracten of statuten. Wij vervullen hier als het ware een preventieve functie, hetgeen achteraf dikwijls geapprecieerd wordt.

De evolutie van de actuele geneeskunde maakt het noodzakelijk meer en meer in groepsverband of in een al dan niet multidisciplinair team te werken, wat goede en deontologisch correcte afspraken vergt. De Raad helpt u om dergelijke schriftelijke overeenkomsten op deontologisch vlak correct op te stellen. Wij wensen er wel op te wijzen dat het de Provinciale Raad niet toekomt zich uit te spreken over zuiver juridische of fiscale beperkingen.

Men kan via de website van onze Raad de minimale deontologische principes van de meest voorkomende samenwerkingsvormen voor artsen raadplegen.

Men kan eveneens via telefoon of mail in dit verband concrete vragen stellen.

 De deontologische regels betreffende professionele samenwerking tussen artsen ondergaan regelmatig wijzigingen vanwege de maatschappelijke evolutie. Bijgevolg is het belangrijk dat u steeds beschikt over de meest recente richtlijnen. De website is hiervoor het instrument bij uitstek. Ook beschikken wij over modelstatuten die als leidraad kunnen dienen. 

De Contractencommissie wordt regelmatig verzocht om vòòr een bepaalde termijn (bv. de jaarwisseling) een contract of statuten te beoordelen op deontologisch vlak en dit om boekhoudkundige en /of fiscale redenen. De haalbaarheid van deze gestelde deadlines is echter niet altijd realistisch. Rekening houdend met de frequentie van de zittingen van de Contractencommissie en van de Raad, en rekening houdend met de mogelijkheid dat er deontologische correcties moeten aangebracht worden in de statuten (en bijgevolg eventueel een nieuwe aangepaste versie moet voorgelegd worden) is het realistisch en ook haalbaar om hiervoor een minimum termijn van 2 maanden in acht te nemen. 

Rekening houdend met al deze gegevens kunnen we stellen dat de deontologische plicht van voorlegging van een schriftelijk ontwerp van alle vormen van samenwerking die het uitoefenen van geneeskunde betreft uiteindelijk uzelf ten goede komt.

Voor het opstellen van deze documenten zijn we steeds bereid om uw vragen te beantwoorden. 

U vindt hierna de MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES voor:

1.  samenwerkingscontracten tussen artsen;

2.  tijdelijke vervangingscontracten;

3.  arbeidsovereenkomsten;

4.  contracten van huisartsen in opleiding (HAIO);

5.  contracten tussen artsen en verzorgingsinstellingen;

6.  contracten voor de overname van een medische praktijk;

7.  statuten van vennootschappen.

8.  contracten als C.R.A.

9.  statuten huisartsenkringen en wachtreglementen.  

10. contracten als controlearts voor verzekeringsmaatschappijen.

  

1. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR SAMENWERKINGSCONTRACTEN TUSSEN ARTSEN.

1.A. ALGEMENE REGELS VOOR ALLE SAMENWERKINGEN. (Code feb 2009, art. 159).

1. enkel artsen die hun beroep op actieve wijze uitoefenen en ingeschreven zijn op de Lijst van de Orde der Artsen, met uitsluiting van elke derde, kunnen deel uitmaken van associaties die de genees­kunde betreffen;

2. de overeenkomst moet schriftelijk opgemaakt worden;

3.  elk ontwerp van overeenkomst, huishoudelijk reglement, evenals elk stuk waarnaar daarin verwezen wordt, evenals elk ontwerp van wijziging van om het even welk van deze stukken, moet voorafgaandelijk door elke arts voorgelegd worden aan zijn Provinciale Raad;

4. de benaming van de samenwerking moet discreet en waardig zijn. Benamingen die commercieel aandoen of die de indruk geven dat de samenwerking een monopoliepositie in een bepaalde stad of regio zou hebben, worden niet aanvaard;

5.  een gemeenschappelijk adres (praktijkpand en infrastructuur) is vereist;   De plaats waarop de associatie adres neemt dient te worden vermeld. Dit adres dient bij voorkeur het adres te zijn van het gemeenschappelijk praktijkpand en infrastructuur. Indien dit laatste niet aanwezig is, dient het adres van de praktijk van één van de artsen van de associatie te worden vermeld als adres van de associatie. Tevens dient het adres waar de andere artsen hun praktijk uitoefenen ook in de associatieovereenkomst te worden vermeld

6.  het volledig zelfstandig functioneren van de arts binnen de samenwerking moet gewaarborgd zijn:

  * met totale individuele beroepsaansprakelijkheid,

  * met persoonlijke verantwoordelijkheid voor het bewaren van de medische dossiers van de eigen patiënten,

  * met respect voor het beroepsgeheim;

  * met gelijkwaardigheid en evenredigheid qua vervanging, wachtdienst, vakantie en congressen;

7.  elke vorm van commercialisering van de geneeskunde, van directe of indirecte collusie, dichotomie en overconsumptie is uitgesloten; 

8. inmenging in de praktijk van de partners is verboden;

9.  onkostenverrekeningen moeten reëel zijn en volgens een verdeelsleutel die overeenkomt met de werkelijke prestaties in de associatie. Een jaarlijkse afrekening aan de hand van bewijsstukken is vereist;

10.  de belangen van de patiënten mogen op geen enkele manier worden geschaad.  Garanties dienen geboden te worden voor de vrije artsenkeuze, de onafhankelijkheid van de arts, de bescherming van het beroepsgeheim en de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid van de artsen, hun vervangers en personeel.  In het bijzonder zal worden nagegaan of bij (voortijdige) beëindiging van de samenwerking de nodige voorzieningen zijn getroffen voor de naleving van deze garanties, de overdracht van de medische dossiers en de continuïteit van zorg;

11. een werkverdeling, een vakantieregeling evenals de nodige tijd voor deelname aan wetenschappelijke activiteiten moet mogelijk worden gemaakt die strookt met de desiderata van alle deelnemende artsen.  In het bijzonder zal worden nagegaan of een aanvaardbare regeling werd voorzien bij zwangerschap, ziekte, invaliditeit en (voortijdige) beëindiging van de samenwerking;

12.  een procedure voor toetreding en uittreding moet zijn vastgelegd;

13.  de voorwaarden van tijdelijke opschorting van de overeenkomst en definitieve uitsluiting moet zijn bepaald;

14. een billijke en door alle deelnemende artsen aanvaardde verdeling van de inkomsten en/of uitgaven moet mogelijk worden gemaakt;

15.  een regeling voor een billijke gebruiksvergoeding van lokalen.  

16.  correcte regeling van de continuïteit der verzorging bij afwezig­heid wegens ziekte, ongeval, vakantie, zwangerschap of veroordeling.

17.  het risico van inkomstenverlies door ziekte of invaliditeit kan worden gedekt door een verze­ke­ring (vb. dagvergoeding);

18.  een beperkte wederzijdse solidariteit tijdens de eerste drie maanden arbeidsongeschiktheid is aanvaardbaar; niet tijdens een schorsing  of andere wettige veroordeling die de uitoefening van de geneeskunde verhindert;

19.  geschillenregeling door bemiddeling. Over een geschil i.v.m. de deontologie is enkel de Provinciale Raad van de Orde der Artsen bevoegd;

Alle geschillen die niet van deontologische aard zijn, die tussen de partijen mochten voorkomen betreffende de interpretatie van de uitvoering van deze overeenkomst, zowel van juridische als van feitelijke aard, zullen met uitsluiting van de rechtbanken en in laatste aanleg scheidsrechtelijk worden beslecht volgens het Arbitragereglement van de Orde der Artsen, tenzij geen beslissing is genomen binnen de termijn die volgens het Arbitragereglement van de Orde der Artsen van toepassing is.

Terzake zullen de rechtbanken van  ..  bevoegd zijn.”

 

20. elke samenwerkende arts moet de andere artsen binnen de samenwerking inlichten over elke opgelopen disciplinaire, burgerrechtelijke, strafrechtelijke of administratieve veroordeling die enige weerslag heeft op hun professionele relatie.  De arts geschorst in het recht de geneeskunde uit te oefenen, verliest de voordelen van de samenwerking voor de duur van de schorsing.    Het verbod de geneeskunde uit te oefenen ontslaat de geschorste arts er niet van de nodige maatregelen te nemen om de continuïteit van de zorgen te verzekeren voor de patiënten die in behandeling zijn op het ogenblik dat voornoemde sanctie in werking treedt.  De getroffen schikkingen moeten meegedeeld worden aan de provinciale Raad waarbij deze arts  is ingeschreven;

21.  een clausule die toetreding en uittreding regelt.

21.bis

Indien men een vestigingsbeperking wenst te formuleren dient rekening gehouden te worden met een gerechtelijke beslissing die stelt dat de vestigingsbeperking dient gelimiteerd te zijn in de tijd (maximum 4 jaar) en in afstand, die duidelijk omschreven dienen te worden.

Ingeval van betwisting van de vestigingsclausule (beding van concurrentie) dient de bevoegde Provinciale Raad van de Orde der Artsen de betwisting te beoordelen.” 

22. Elk lid van de associatie is individueel verantwoordelijk voor de naleving van zijn verplichtingen in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Indien een lid evenwel veroordeeld wordt tot de terugbetaling van onterecht ontvangen erelonen kan hij, behoudens wanneer de inbreuken tevens een misdrijf vormen, dit bedrag verhalen op de andere leden ten belope van het aandeel dat zij hierin destijds hebben genoten.

Boetes en andere sancties wegens feiten die tevens een misdrijf vormen, blijven steeds ten laste van het lid dat de inbreuk begaan heeft.

23. datum van inwerkingtreding, met als opschortende voorwaarde de goedkeuring van het contract door de Orde der Artsen;

24. handtekening van alle samenwerkende artsen.

 

1.B. ASSOCIATIES (Code feb. 2009, art. 160).

Artsen kunnen onderling associaties aangaan met het oog op een professionele samenwerking. 

Volledige associatie: de associatie slaat op het geheel van professionele activiteit waarbij alle beroepsinkomsten en –uitgaven worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld.

Deze volledige associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledige integratie van  het geheel van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft en als dusdanig naar buiten treedt.

Partiële associatie: de associatie slaat slechts op een gedeelte van de professionele activiteiten, waarbij alle beroepsinkomsten en –uitgaven die uit dit gedeelte van de professionele activiteit voorvloeien worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld.

Deze partiële associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledig integratie van een gedeelte van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft, en als dusdanig naar buiten treedt.  Een partiële associatie is eveneens mogelijk wanneer artsen, elk vanuit hun eigen deskundigheid, gewoonlijk samenwerken op het vlak van diagnostiek en behandeling van een specifieke pathologie.

Kostenassociatie: de associatie beperkt zich tot het poolen van de kosten en/of  de gemeenschappelijke inbreng van middelen voor het geheel van de professionele activiteit of voor een gedeelte ervan.  Deze gepoolde kosten worden volgens een bepaalde verdeelsleutel verdeeld.

Deze kostenassociatie is niet alleen mogelijk tussen artsen die aan een volledige of een partiële associatie voldoen, maar ook tussen artsen zonder enige vorm van integratie van hun beroepsactiviteit en zonder enige vorm van patiëntgerichte samenwerking. 

Deontologische vereisten van alle associaties:

1. De associatie moet voldoen aan:

  1. A. DE ALGEMENE REGELS VOOR ALLE SAMENWERKINGEN (cfr supra).

2.a. Voor volledige associatie worden alle beroepsinkomsten en –uitgaven gepoold en volgens een bepaalde sleutel verdeeld.

2.b. Voor de partiële associatie worden alle beroepsinkomsten en –uitgaven die uit het omschreven gedeelte van de professionele activiteit voortvloeien gepoold en volgens een bepaalde sleutel verdeeld.

2.c. De kostenassociatie poolt de kosten en/of de gemeenschappelijke inbreng van middelen voor het geheel van de professionele activiteit of voor een omschreven gedeelte ervan.

3. In een associatie int elk lid zijn honoraria in persoonlijke naam en voor eigen rekening en levert daartoe de nodige getuigschriften af.  De door de associatie geaccepteerde beroepsonkosten worden betaald, ofwel via een gemeenschappelijke rekening, ofwel via de individuele leden die op afgesproken tijdstippen deze betalingen onderling regelen.

4. De associatie kan naar buiten treden onder de naam van haar leden met vermelding van het uitgeoefende specialisme maar kan ook een eigen naam kiezen.  Deze naam moet door de bevoegde provinciale raad worden aanvaard.

5. De associatie kan overgaan tot de aanstelling van een voorzitter, secretaris of schatbewaarder mits de modaliteiten vooraf in een geschrift bepaald werden.  De mandaten van de aldus aangestelde personen kunnen niet van onbepaalde duur zijn, noch vergoed worden.  Enkel de reële kosten kunnen vergoed worden.

6. In afwijking van artikel 159, §3, van de Code, kunnen associaties ook aangegaan worden tussen artsen, professionele (eenpersoonsvennootschap) en vzw’s van artsen.  Bij een volledige, partiële of kostenassociatie kan uitdrukkelijk worden bepaald dat het de leden verboden is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid op te richten om in hun plaats deel uit te maken van de associatie.

7. De verdeling van de kosten en van de baten (inkomsten) moet in evenredigheid zijn met de ingebrachte beroepsinkomsten.  De verdeelsleutels moeten een weerspiegeling zijn van de activiteiten binnen de associatie en dienen bepaald te worden in het associatiecontract of in een huishoudelijk reglement dat eveneens aan de Raad dient te worden voorgelegd.

8. Een gelijke verdeling van de investeringen kan worden toegestaan.

9. De leden kunnen bepaalde van hun professionele activiteiten buiten de professionele associatie uitoefenen.  Deze activiteiten dienen duidelijk gespecificeerd te worden in de overeenkomst.

10. De patiëntenbestanden van de leden worden gepoold mits respect voor de vrije artsenkeuze door de patiënt.

11. Het medisch geheim kan slechts gedeeld worden voor zover de zorgverlening dit vereist.

12. De leden moeten hun partners in de associatie inlichten over elke nieuwe of bijkomende medische beroepsuitoefening.

13. Indien een arts, natuurlijke-persoon, medische activiteiten inbrengt in een vennootschap, zal deze vennootschap van rechtswegen in de plaats treden van deze arts als rechtsopvolger en haar rechten en plichten integraal overnemen.  De vennootschap wordt in de associatie vertegenwoordigd door zijn orgaan die dezelfde persoon moet zijn als de inbrengende arts, met dien verstande dat het orgaan-arts nooit meer rechten kan doen gelden dan de arts natuurlijke-persoon in dezelfde omstandigheden.  De statuten van deze vennootschap dienen voorafgaandelijk door de Raad te worden goedgekeurd.   

14. Een partij kan zijn medische activiteiten slechts onderbrengen in een meerhoofdige vennootschap, op voorwaarde dat hij garandeert dat hij/zij zelf het enige orgaan van de vennootschap is dat gemachtigd is de geneeskunde in het kader van deze associatie uit te oefenen.  De vennootschap wordt in de associatie vertegenwoordigd door haar orgaan, die dezelfde persoon moet zijn als de partij die deze overeenkomst heeft aangegaan. 

1.C. ANDERE PROFESSIONELE SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTEN (Code febr. 2009, art.160)                                  

Artsen kunnen met het oog op een professionele samenwerking overeenkomsten afsluiten die niet de kenmerken hebben van een associatie.  Deze overeenkomsten moeten voldoen aan

1. A. ALGEMENE REGELS VOOR ALLE SAMENWERKINGEN (cfr supra). 

1.D. PROFESSIONELE VENNOOTSCHAP ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID

   (Code febr. 2009, art 161)

 

Artsen kunnen voor de uitoefening van hun beroep overgaan tot de oprichting van een professionele vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid zoals omschreven in artikel 46 van het Wetboek van vennootschappen, indien wordt voldaan aan de hierna opgesomde voorwaarden:

*Bij de oprichting van een professionele vennootschap zonder rechtspersoon brengen de vennoten hun volledige medische activiteiten of een deel ervan in gemeenschap.

*Het maatschappelijk doel van de vennootschap is burgerlijk en is de uitoefening van de geneeskunde door haar vennoten zelf.  Elke handelsactiviteit is verboden.

*De geneeskunde wordt in een professionele vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid uitgeoefend door de artsen-vennoten in naam en voor rekening van de gezamenlijke artsen-vennoten.  De honoraria die voortvloeien uit de in gemeenschap gebrachte medische activiteit, evenals de daaruit voortvloeiende onkosten worden gepoold en verdeeld volgens een bij overeenkomst vastgelegde sleutel.

*Artsen kunnen enkel tot de oprichting van een professionele vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid overgaan wanneer wordt voldaan aan:

1.A. ALGEMENE REGELS VOOR ALLE SAMENWERKINGEN (zie supra.)


2. MINIMALE DEONTOLGISCHE  PRINCIPES VOOR TIJDELIJKE VERVANGINGSCON­TRAC­TEN

                                                                                                                  

Toepassingsgebied:

Wanneer de duur (maximum 2 jaar) van een vervanging twee maanden overschrijdt, hebben zowel de titularis als de vervanger de deontologische plicht een contract betreffende de vervanging op te stellen en vooraf­gaande­lijk aan de Provinciale Raad van de Orde voor te leggen.

Inhoud:

1) enkel de vervanger heeft recht op de erelonen voor zijn presta­ties;

2) voor het gebruik van lokalen, personeel en instrumentarium wordt een vergoeding overeengekomen in overeenstemming met de reële kosten;

3) de vervanger verbindt zich ertoe zorgvuldig de medische dossiers aan te vullen.

Hij verbindt zich er ook toe op het einde van de vervanging alle medische dossiers terug te geven aan de titularis; 

4) indien de titularis of de vervanger wenst een einde te stellen aan de vervanging, dienen zij de andere partij hierover twee weken vooraf schriftelijk in te lichten; 

5) de vervanger mag geen patiënten onttrekken of pogen te onttrekken aan de titularis.

Hij moet de verzorging staken zodra de titularis zijn activiteit hervat en moet hem alle nuttige inlichtingen verstrekken;

6) behoudens schriftelijk akkoord van de titularis, mag de niet gevestigde vervanger zich binnen een termijn van (maximum) 5 jaar na

het einde van de vervanging niet vestigen in het gebied met (maximum) 10 km straal vanaf het kabinet van de titularis, of minder indien de betrokken gemeenten niet aangrenzend zijn na de fusie van 1976.” 

Opmerking:

- Een arts die door een disciplinaire beslis­sing het recht ontzegd werd om de geneeskunde uit te oefenen, mag zich voor de duur van de schorsing niet laten vervangen. Dit verbod ontslaat bedoelde arts er niet van de nodige maatregelen te nemen om de continuïteit van de verzorging te verze­keren voor de patiënten die in behandeling zijn op het ogenblik dat de voornoemde sanctie in werking treedt.

- Er wordt door de Raad slechts 2 maal een verlenging van een tijdelijke overeenkomst toegestaan voor een totale maximale duur van 2 jaar.  Indien de samenwerking van langere duur is dient de overeenkomst aangepast te worden aan de deontologische vereisten voor samenwerkingsovereenkomsten en is het contract  geen tijdelijk vervangingscontact meer.

                                                    

3. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR ARBEIDSOVEREENKOMSTEN      

                                                                                                                     

Toepassingsgebied:

Elk contract door een arts afgesloten en dat invloed heeft op de deontologische aspecten van zijn beroepsuitoefening, moet voorafgaandelijk aan zijn Provinciale Raad van de Orde voorgelegd worden.

Hetzelfde geldt voor elke wijziging van een dergelijke overeenkomst. 

Inhoud:

1) in het contract moet de taak van de arts-contractant duidelijk omschreven worden;

2) uit het contract moet blijken dat het niet om een medisch-commer­ciële functie gaat.

Een arts mag immers niet tezelfdertijd de geneeskunde uitoefenen en rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan de fabricage of het verde­len van geneesmiddelen, geneeskundige of protheseapparatuur, dieetproducten en cosmetica; 

3) uit het contract moet blijken dat de naam van de arts-contractant niet voor reclamedoeleinden zal gebruikt worden;

4) geen enkele contractuele, statutaire of reglementaire bepaling mag de keuze van de middelen beperken die moeten worden aangewend, hetzij voor het stellen van de diagnose, hetzij voor het instellen en uitvoeren van de behandeling, hetzij voor de raadpleging van een externe pratikerende arts;

5) het contract moet bepalen dat de arts op medisch vlak een werke­lijk gezag uitoefent over het personeel van zijn dienst; 

6) het contract moet vermelden dat de arts-contractant zijn functie in volledige onafhankelijkheid en volgens de regels van de medische deontologie, onder meer die betreffende het beroepsgeheim, zal kunnen uitoefenen.

 

Noot:

De documenten waarnaar in het contract verwezen wordt, moeten samen met het contract voorgelegd worden aan de bevoegde Provinciale Raad van de Orde.

  

4. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR OVEREENKOMSTEN TUSSEN HUISARTS-PRAKTIJKOPLEIDER OF SPECIALIST-PRAKTIJKOPLEIDER EN HUISARTS IN OPLEIDING (HAIO) EN SUI vzw

I.Algemene deontologische vereisten:

1. Deontologische geschillen vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. 

2. De opleidingsovereenkomst tussen de HAIO en de praktijkopleider, inclusief het WOP, de opleidingsovereenkomst tussen SUI vzw en de HAIO en de opleidingsovereenkomst tussen SUI vzw en de praktijkopleider, die voorafgaandelijk en gezamenlijk dienen voorgelegd te worden aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen, dienen door alle partijen onderschreven en uitgevoerd te worden met wederzijds respect; dit geldt ook voor de opzegging ervan. Het zijn de enige rechtsgeldige overeenkomsten.

3. De continuïteit van de zorg dient steeds verzekerd te worden:

Ongeacht de aard van de overeenkomst, dienen zowel HAIO als praktijkopleider (huisarts of specialist) steeds bereikbaar te zijn, ook al is één der partijen op een bepaald moment niet werkzaam in de praktijk. Tijdens de officiële wachtdienst is dit alleen nodig wanneer de HAIO de wachtdienst doet onder toezicht van de stagemeester en gebruik maakt van de

Riziv-nomenclatuur voorbehouden aan de erkende huisartsen.

Dit betekent: geen te grote afstand tussen de praktijk en de woonst van de HAIO en bereikbaarheid via GSM en/of telefoon.

4. Respect voor de werkomgeving en de praktijk van de praktijkopleider door de HAIO, die bij een praktijkopleider tijdelijk de geplogenheden van het beroep komt aanleren. 

5. De praktijkopleider is beheerder van - en blijft verantwoordelijk voor – het medisch dossier van de patiënt.

De HAIO dient alle gegevens duidelijk te vermelden.

Het medisch dossier moet steeds toegankelijk zijn.

6. De activiteit van de HAIO dient voltijds in de praktijk van de praktijkopleider te gebeuren. Nevenactiviteiten (navorming en /of andere medische activiteit) door de HAIO dienen voorafgaandelijk door de praktijkopleider goedgekeurd te worden (max. 12 uren per week).

7. Er is een bestaande relatie van praktijkopleider t.o.v. zijn  HAIO waardoor er steeds sprake kan zijn van gedeelde verantwoordelijkheid en beide kunnen aansprakelijk gesteld worden.

8. De praktijkopleider-huisarts evenals de  praktijkopleider-specialist moet voldoende tijd vrijmaken voor de opleiding van de HAIO. 

9. Voor de overeenkomst van HAIO’s in ziekenhuizen (bij praktijkopleider-specialist) gelden dezelfde regels, behalve inzake de vestiging, waar geen beperking van toepassing is.

10. De overeenkomst van HAIO’s met SUIvzw verschilt wezenlijk van het contract voor zelfstandigen, en wordt door de wet geregeld.

De Orde heeft terzake slechts de bevoegdheid om de aandacht van de praktijkopleider en de HAIO te vestigen op essentiële elementen van de medische plichtenleer zoals:

  • de vrijwaring van de vrije keuze van de patiënt,
  • de diagnostische en therapeutische vrijheid,
  • het respect voor het beroepsgeheim
  • de continuïteit van de zorg.

Het bediendecontract moet naar deze principes verwijzen.

II. Specifieke aandachtspunten van de Provinciale Raad van Vlaams- Brabant en Brussel  (de met * aangeduide punten zijn enkel van toepassing bij een contract als zelfstandige.):

* 1. Er dient een billijke vergoeding voorzien te zijn met vastgelegd minimaal uitgekeerd loon.

* 2. Een verlofperiode moet voorzien worden voor de HAIO van minstens 20 werkdagen op jaarbasis. 

* 3. Er moet een regeling voor ziekte, ongeval en zwangerschap in het contract opgenomen zijn.

Een specifieke regeling i.v.m. zwangerschap kan voorzien en geformuleerd worden als volgt.

“De HAIO beschikt over een (ononderbroken) periode van drie weken moederschapsrust. Deze neemt een aanvang de dag na de bevalling. Tijdens deze periode wordt de rechthebbende geacht arbeidsongeschikt te zijn. Dit impliceert dat geen enkele beroepsactiviteit in welke hoedanigheid ook, kan beoefend worden.”

4. De lijst van ernstige reden voor opzeg of verbreking van het contract dient vermeld of bij het contract gevoegd.   

*5. Een aangepaste vergoeding voor de wachten moet voorzien en duidelijk gespecificeerd te worden.

6. Het WOP (Werk- en OpleidingsPlan) dient ingevuld te worden. Het bevat concrete afspraken i.v.m. spreekuren (open – en op afspraak), huisbezoeken en studietijd en vrije tijd..

Verder dient het integraal WOP concrete afspraken te bevatten i.v.m. praktijkpermanentie, praktijkwacht en streekwacht en moet volledig  (ook 2e deel: afspraken over de samenwerking en de opleiding) samen met de opleidingsovereenkomst door de Raad geviseerd worden.

7. Eventuele vestigingsbeperkingen voor de HAIO na de stage dienen omschreven te worden in de stageovereenkomst en te beantwoorden aan de in de provincie geldende norm (Provinciale Raad van Vlaams-Brabant en Brussel: max. 5 jaar, in een gebied met straal max. 10 km, of minder indien betrokken gemeenten niet aangrenzend zijn na de fusie van 1976). 

*8. De opleidingsovereenkomst tussen praktijkopleider en HAIO is een overeenkomst tussen deze twee artsen.  Indien de betaling van de HAIO gebeurt door een andere rechtspersoon, dient dit te worden geregeld via een afzonderlijke overeenkomst tussen de HAIO en de betalende rechtspersoon.


5. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR CONTRACTEN TUSSEN ARTSEN EN VERZORGINGSINSTELLINGEN.

1.Alle ziekenhuisartsen, consulenten, toegelaten artsen, G.S.O., vrije assistenten, enz… moeten voorafgaandelijk alle overeenkomstenevenals iedere wijziging aan deze overeenkomsten – ter goedkeuring voorleggen aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen waar de arts ingeschreven is.                    

2. De instelling dient er principieel mee in te stemmen dat de arts zich gedraagt volgens de voorschriften van de Geneeskundige Plich­ten­leer.     

3. De vrije keuze van een arts door de patiënt dient verzekerd te zijn.

4. Geen enkele contractuele, statutaire of reglementaire bepaling mag de keuze van de middelen beperken die moeten aangewend worden, hetzij voor het stellen van de diagnose, hetzij voor het uitvoe­ren van de behandeling, hetzij voor het raadplegen van een arts die niet tot de instelling behoort. 

5. Aan de arts zullen geen beperkingen opgelegd worden wat betreft de vrijwa­ring van het beroepsgeheim;

6. Het ereloon is volkomen eigendom van de arts, ongeacht of het rechtstreeks of door bemiddeling van een gemachtigde wordt geïnd. (forfaitaire vergoeding wordt aanvaard).

Indien de arts zijn beroep uitoefent als vennoot in een professione­le vennootschap met rechtspersoonlijkheid, wordt het ereloon betref­fende zijn prestaties geïnd in naam en voor rekening van de ven­nootschap.

Is de arts verbonden aan een instelling, dan moet deze bepaling uitdrukkelijk vermeld worden in elk contract tussen de instelling en de vennootschap (Code art.72).

7. De inhoud van het Algemeen Reglement, van het Medisch Reglement, het Reglement van centrale inning en van het persoonlijk contract dienen te stroken met de Code van de Geneeskundige Plichtenleer en moeten vóór de onderteke­ning ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. Alle documenten waarnaar in het individueel contract gerefereerd wordt moeten ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Provinciale Raad van de Orde.

8. Het Medisch Reglement moet een taakafbakening bevatten van de poortwacht; in het bijzonder wat de wachtregeling betreft.

9. Alleen de werkelijke kosten gemaakt tijdens diagnose en therapie komen in aanmerking voor vergoeding door de arts aan het ziekenhuis.  De ereloonpool dient door de Medische Raad vastgesteld te worden met inspraak- en inzagerecht van de betrokken artsen. 

10. De bevoegdheid om uitspraken te doen over deontologische geschillen tussen artsen behoort exclusief aan de Orde der Artsen;

11. Op medisch vlak dient de arts een werkelijk gezag uit te oefenen over het personeel van zijn dienst.

Hij heeft gezag over en geeft leiding aan artsen in opleiding.                                                  

12. Wanneer de ziekenhuisarts disciplinair, correctioneel of administratief veroordeeld wordt en de uitspraak weerslag heeft op de beroepsuitoefening binnen het ziekenhuis, moet hij de hoofdgeneesheer hierover inlichten.

13. De ziekenhuisarts verbindt zich ertoe de continuïteit van de zorg te verzekeren. 

14. Ingeval van poolvorming moeten de verdeelsleutels te allen tijde overeenstemmen met de medische activiteit van de betrokken artsen in de instelling en moet indien nodig jaarlijks aangepast worden aan de reële prestaties van de associés. 

15. Contracten tussen artsen en verzorgingsinstellingen mogen geen bepalingen bevatten die ingaan tegen het verbod op collusie of overconsumptie.

16. Artsen ingeschreven bij de Provinciale Raad van Vlaams-Brabant en Brussel die verbonden zijn met Brusselse  bi-communautaire of  Nederlandstalige instellingen dienen hiervoor een Nederlandstalig contract voor te leggen.

Artsen ingeschreven bij de Provinciale Raad van Vlaams-Brabant en Brussel  dienen naast hun origineel Franstalig contract een niet-beëdigde vertaling voor te leggen van hun overeenkomsten met uni-communautaire Franstalige Brusselse en Franstalige instellingen uit Wallonië. Deze contracten worden door de Raad niet geviseerd, maar na onderzoek wordt aan de betrokkene(n) meegedeeld dat er op deontologisch vlak geen opmerkingen op geformuleerd werden.

17. Goedkeuring van het algemeen en medisch reglement van een gefusioneerd ziekenhuis dient te gebeuren door de Provinciale Raad waar de maatschappelijke zetel van de gefusioneerde instelling gevestigd is. Deze Raad heeft de coördinerende rol en de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling in overleg met de ander Provinciale Ra(a)d(en).  De individuele contracten van de artsen verbonden aan deze ziekenhuizen en ingeschreven bij de Provinciale Raad van Vlaams-Brabant en Brussel moeten wel door onze Raad goedgekeurd worden.

18. Een addendum bij een contract kan enkel geviseerd worden indien het door beide partijen ondertekend werd en indien het contract eveneens goedgekeurd werd.

19. Het contract wordt op deontologisch vlak bestudeerd en goedgekeurd. Door het visum te verlenen kan de Raad geen enkele verplichting opgelegd worden inzake de eventuele juridische of fiscale aspecten van de overeenkomsten met de verzorgingsinstelling. 

20.De hoofdarts moet erover waken en moet er bij de ziekenhuisdirectie op aandringen dat de door het ziekenhuis gevoerde publiciteit in overeenstemming is met de medische deontologie.”

 

6. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR EEN CONTRACT I.V.M. DE OVERNAME VAN EEN MEDISCHE PRAKTIJK

I. DEONTOLOGISCHE ONDERBOUW.

De deontologische aspecten van de overname worden geregeld in de artikelen 18 en 47 van de Code der medische plichtenleer (2009). 

Artikel 18:  

- in par. 2 wordt een schriftelijke, door de Provinciale Raad goedgekeurde overeenkomst verplichtend gesteld;

- in par. 3 wordt expliciet verwezen naar de deontologische ver­plichtingen van beide partijen.

 

Artikel 47:

is een uitwerking van artikel 18, met een speciale vermelding van de verplichtingen i.v.m. de medische dossiers, en een terloopse verwij­zing naar de vereisten in verband met de continuïteit van de zorg.

 

II. DE OVEREENKOMST.

A. Het Voorwerp van de overeenkomst.

Volgens het KB dat de jaarrekeningen der ondernemingen regelt, moet bij het omschrijven van de bestanddelen van een medische praktijk worden onderzocht welke materiële en niet-materiële activa voorhan­den zijn:

- materiële activa kunnen zijn: gebouwen, installatie en uitrusting, meubilair, voertuigen, leasing en soortgelijke rechten;

- immateriële activa zijn: kosten van onderzoek, goede naam, waarde van het patiëntenbestand.

In de overeenkomst dient een nauwkeurige beschrijving gemaakt te worden van de materiële activa en van de immateriële. Wat dit laatste betreft dient gespecificeerd of het gaat over:

- een huisartsenpraktijk, eventueel samen met arbeidsgeneeskunde, verzekeringsgeneeskunde, controlegeneeskunde of andere;

- specialistische praktijk: welke specialiteit, privé- of zieken­huis, eventueel samen met expertise, consult of andere.

Er dient beschreven hoe de medische dossiers zijn samengesteld, en of ze geïnformatiseerd zijn.

 

B De Prijs.

Het kan nuttig zijn de actuele waarde van ieder materieel voorwerp en van het patiëntenbestand afzonderlijk te vermelden.

Alle nuttige informatie tot waardebepaling dient voor het afsluiten van de overeenkomst meegedeeld te worden, bijvoorbeeld:

- boekhoudkundige bescheiden;

- aantal boekjes getuigschriften voor verstrekte hulp;

- verhouding huisbezoeken - raadplegingen;

- samenstelling van patiëntenbestand naar ouderdom;

- aard van eventuele technische prestaties en frequentie;

- omschrijving van de manier waarop de medische dossiers zijn samengesteld, en andere nuttige informatie.

 

C. Plichten van de Overlater:

Het zal ook nodig zijn te spreken over de "support" vanwege de overlater. Die kan variëren van nihil bij overdracht na overlijden, tot volledig bij overname na tijdelijke associatie of associatie van lange duur.

Deze bijstand en de duur ervan zullen beschreven worden. Hij zal medebe­palend zijn voor de overnameprijs.

 

D. Bijkomende inlichtingen en voorwaarden.

Naast afspraken over eventuele huur, datum van overname en betaling van de prijs, zal in de overeenkomst vermeld worden:

- hoe de overdracht van de medische dossiers zal geschieden;

- hoe de continuïteit van de zorg zal verzekerd worden tijdens de overgangsperiode.

- een clausule inzake de hervestiging van de overlater.

 

III.  DE ROL VAN DE PROVINCIALE RAAD

De Raad zal vooral op het volgende letten:

a) tussen de collega's: dat geen van beiden geschaad wordt in zijn belan­gen. De Raad zal in principe niet tussenkomen in de prijsbepaling. Alleen op verzoek van beiden kan de Raad als arbiter optre­den.

De Raad zal het als een deontologische fout aanzien indien één der partijen de andere slecht of onvoldoende ingelicht heeft;

b) wat betreft de patiënten: dat er een regeling wordt getroffen over de medische dossiers en over de continuïteit van de zorg.                                            

c) dat de overnemer zich verbindt de wettelijke verplichtingen voortvloeiende uit de wet op de patiëntenrechten na te leven.

d) dat, behoudens schriftelijk akkoord van de overnemer,  de overlater zich binnen een termijn van (maximum) 5 jaar na de overname niet mag hervestigen in het gebied met (maximum) 10 km straal vanaf de overgenomen praktijk, of minder indien de betrokken gemeenten niet aangrenzend zijn na de fusie van 1976.”


7. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR STATUTEN EN VENNOOTSCHAPPEN MET RECHTSPERSOONLIJKHEID.                                                   

INLEIDING

Deze nota heeft tot doel een praktische leidraad te zijn voor de collegae die overwegen hun praktijk onder te brengen in een profes­sionele vennootschap.

Hier is meteen een toelichting vereist: in een professionele ven­noot­schap wordt de geneeskunde uitgeoefend door de artsen-vennoten in naam en voor rekening van de vennootschap.  De arts kiest zelf de voor hem meest geschikte, deontologisch aanvaarde vennootschapsvorm: zoals bv BVBA (eenpersoons of meerpersoons),  VOF….

De Orde moet waken over de volgende deontologische principes:

  • het verbod om – via een vennootschapsstructuur – een kabinet te laten beheren door een collega.
  • het verbod de geneeskundige praktijk uit te baten als een handelszaak.
  • het verbod om jongere of financieel zwakkere collegae uit te buiten.

d)    het benadelen van medevennoten door een onevenwichtige inbreng van bepaalde gedeelten van hun medische activiteiten.

Indien de medische activiteiten niet volledig binnen de vennootschap uitgeoefend worden moet dit, in de statuten of in een afzonderlijk document,  duidelijk gespecificeerd zijn en bepaald in overleg met de andere vennoten. 

Hierna volgen in telegramstijl de voornaamste aandachtspunten die door de Contractencommissie nagezien worden bij het onderzoek van statu­ten van PROFESSIONELE VENNOOTSCHAPPEN.   De statuten en statutenwijziging dienen door elke arts aan de Provinciale Raad,  waar hij of zij ingeschreven is, voorgelegd te worden ter controle op deontologisch gebied. Statuten en statutenwijzigingen kunnen enkel gepubliceerd worden in het Belgisch Staatblad, nadat de volledige tekst door de Raad geviseerd werd.

 

**********

                                                                                 

 NAAM, ZETEL, DOEL

=====================

NAAM:

1.- Code art.162 §6 en 163 §4: rechtsvorm, naam van de arts(en) en uitgeoefend specialisme.

De Raad laat ook andere namen toe,  meer bepaald voor meerpersoonsvennootschappen, voor zover ze over­eenkomen met de eer en de waardigheid van het beroep en voor zover ze niet monopoliserend of commercieel van aard zijn.  In dit geval vermeldt de vennootschap bij het naar buiten treden,  naast haar rechtsvorm ook de naam en de uitgeoefende specialiteit van de arts .

2.- Vermeld ook dat het om een  PROFESSIONELE  BURGERLIJKE vennootschap gaat.

 

ZETEL:

3.- De zetelvestiging en de zetelverplaatsing dient meegedeeld te worden aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen.

 

Een verplaatsing van de maatschappelijke zetel naar het buitenland is mogelijk doch in dat geval dienen de statuten te vermelden dat dient voldaan te worden aan twee voorwaarden die betrekking hebben op de vrijwaring van de patiëntenbelangen:                                                                             °de maatschappelijke zetel dient gevestigd te zijn in een lidstaat van de Europese Unie;                                    °de statuten van de vennootschap dienen een Belgische rechtbank te vermelden die bevoegd is om eventuele geschillen te beslechten.

 

DOEL:

4.- Uitoefening van de geneeskunde door de artsen-vennoten, in naam en voor rekening van de vennootschap, overeenkomstig de principes van de geneeskundige deontologie;

5.-Enkel artsen die ingeschreven zijn op de lijst van de Orde der Artsen en die in het kader van de vennootschap hun medische activiteiten actief uitoefenen of zullen uitoefenen, zijn toegelaten als vennoot.

6.-De artsen-vennoten verbinden zich ertoe hun volledige of een gedeelte van de medische activiteit in gemeenschap te brengen.

(Ingeval gekozen wordt voor de inbreng van een gedeelte van de medische activiteiten dient gespecificeerd te worden in de statuten of eventueel in een begeleidend schrijven welke activiteit,  mits akkoord van eventueel andere vennoten).

7.- Alle werkzaamheden en rechtshandelingen verrichten die de verwezenlijking van het doel bevorderen, op voorwaarde dat deze handelingen niet van aard zijn het burgerlijk karakter van de vennootschap te wijzigen;

8.- Iedere verwijzing naar commerciële activiteiten is verboden;

9.- De vennootschap mag deelnemen aan alle ondernemingen met gelijk­aardig doel;

10.- Overeenkomsten die artsen niet mogen afsluiten met andere artsen of met derden, mogen ook door de vennootschap niet afgesloten worden.

11.- De vennootschap mag, als bijkomstig doel, beleggen in roerende en onroerende goederen met eigen of vreemd kapitaal.

Wanneer de vennootschap twee of meer vennoten telt kan dit bijkomstig doel enkel nagestreefd worden nadat het schriftelijk akkoord van de vennoten over hun investeringsbeleid aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen meegedeeld werd.

 

KAPITAAL, AANDELEN (obligaties zijn niet toegelaten), VENNOTEN

==================================================================

12.- Alle aandelen op naam;

13.- Slechts verworven door artsen  ingeschreven op de lijst van de Orde der Artsen en die hun medische activiteiten in de vennootschap actief uitoefenen of zullen uitoefenen;

14. Keuze maken tussen 14.A. ofwel 14.A. samen met 14.B.

14.A. Splitsing van de eigendom der aandelen in naakte eigendom en vruchtgebruik is verboden.  De naakte eigenaar koopt het vruchtgebruik af of de vruchtgebruiker de naakte eigendom.”

Indien men kiest voor splitsing van aandelen in naakte eigendom en vruchtgebruik gelden de volgende regels.

14.B. In afwijking van voorgaande paragraaf, mag de naakte eigenaar van de aandelen vrij (zonder toestemming van de bestaande vennoten) worden overgedragen aan de echtgeno(o)t(e) van de overdrager en aan de bloedverwanten in de rechte neerdalende lijn van de overdrager.  De overdracht van de naakte eigendom aan niet-artsen is onderworpen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

-De voorafgaandelijke goedkeuring van de provinciale Raad van de Orde der Artsen;

-Het vruchtgebruik van de aandelen dient in het bezit te zijn van de personen die het beroep van arts uitoefenen of zullen uitoefenen in het kader van de vennootschap;

-De naakte eigenaar is een natuurlijke persoon;

-De naakte eigenaar wordt nominatief aangeduid in de statuten;

-Elke inmenging van niet-artsen in de uitoefening van de geneeskunde en het artsenberoep is verboden;

-Indien de vruchtgebruiker en de naakte eigenaar een einde willen maken aan de splitsing, kan dit enkel in de richting van de arts-vruchtgebruiker;

-Indien bij overlijden van de vruchtgebruiker de naakte eigenaar de volle eigendom verkrijgt, dient hij onmiddellijk de aandelen over te laten aan een arts of het doel van de vennootschap te wijzigen.”

 

15.- Het relatieve aandelenbezit der vennoten dient zich te verhouden als hun respectieve activiteit in de vennootschap.

16.- De verdeling der aandelen in de vennootschap mag niet beletten dat elke arts vennoot een normale vergoeding krijgt voor het als bedrijfsleider gepresteerd werk;

17.- Stille vennoten dwz. artsen die eigenaar zijn van aandelen, doch die hun praktijk niet in de vennootschap uitoefenen, zijn verboden. Elke vennoot moet professioneel actief zijn in de vennootschap.

18.- Iedere overdracht van aandelen moet vooraf gemeld worden aan de Provinciale Raad;

19.- Overdrachten van aandelen zijn enkel toegelaten op voorwaarde dat de belangen van de patiënt op geen enkele manier geschaad worden.

Bij overdracht van de aandelen moet de garantie geboden worden dat de medische dossiers overgaan op artsen en dat de continuïteit van de zorg verzekerd blijft.

20.Wanneer de vennootschap  meerdere vennoten telt, mogen de aandelen van een vennoot, op straffe van nietigheid, niet worden overgedragen onder levenden en ook niet overgaan wegens overlijden dan met instemming van:

- ofwel alle vennoten (unanimiteit) (maximum);

- ofwel tenminste de helft van de vennoten die tenminste drie vierde van het kapitaal bezitten na aftrek van de rechten waarvan de overdracht is voorgesteld (minimum)

- ofwel een formulering tussen deze twee uitersten.

(Er moet een keuze gemaakt worden .)

 

21.- Bij overlijden mogen de aandelen overgaan op niet-artsen. Deze niet-artsen hebben recht op de waarde van de aandelen.

22.- Het overlijden van de enige vennoot heeft niet tot gevolg dat de vennootschap ontbonden wordt.

Aandelen mogen wegens overlijden overgaan op andere personen op voorwaarde dat binnen de maand de procedure tot wijziging van de statuten met o.a. de aanpassing van de naam en het maatschappelijk doel wordt gestart en ten laatste beëindigd binnen de 5 maanden,  zodat elke verwijzing naar een geneeskundige activiteit uit de statuten verdwijnt.

23.- Materiële en immateriële bestanddelen kunnen ingebracht worden, met een schriftelijke overeenkomst en mits voorlegging aan de Provinciale Raad.

 

 AANSPRAKELIJKHEID, SCHORSINGEN

====================================

24.-De arts dient verzekerd te zijn voor zijn (contractuele en buitencontractuele) medische fouten, en ook de aansprakelijkheid van de vennootschap waarbinnen zijn medische activiteiten worden uitgeoefend, dient verzekerd te zijn.

25.- De professionele aansprakelijkheid van de arts is onbeperkt;

26.- Alle opgelopen veroordelingen (disciplinair, burgerlijk, strafrechtelijk of administratief) met weerslag op de gemeenschappelij­ke beroepsuitoefening moeten aan de andere vennoten gemeld worden.

27.-Wordt een vennoot geschorst dan verliest hij de voordelen van de vennootschap voor de duur van de schorsing. De getroffen schikkingen betreffende de continuïteit van de zorg dienen te worden meegedeeld aan de Provinciale Raad waartoe de arts behoort.

28.- Rekening houdend met de professionele autonomie van de arts dienen alle artsen vennoten over de volledige diagnostische en therapeutische vrijheid te beschikken; hun taak dient derhalve als leidinggevend beschouwd te worden.

 

BESTUUR, VERTEGENWOORDIGING

===============================

29.Bestuur door één of meer zaakvoerders, gekozen onder de artsen-vennoten;

De duur van het mandaat van de zaakvoerder(s) is beperkt in de tijd.

- Indien de vennootschap slechts één vennoot telt, wordt deze benoemd voor de duur van diens medische activiteiten binnen de vennootschap;

Indien er meerdere vennoten zijn wordt de duur van het mandaat van zaakvoerder herleid tot maximum 6 jaar en voor zover de zaakvoerder op medisch vlak actief blijft binnen de vennootschap,  eventueel hernieuwbaar.

30.- Het mandaat van zaakvoerder is bezoldigd of  onbezoldigd.

31.- Indien er meerdere vennoten zijn moeten de werkverdeling, alle vergoedin­gen voor het als bedrijfsleider gepresteerd werk - inclusief de eventuele bezoldiging als zaakvoerder - en terugbetalin­gen van kosten en vacaties worden vastgesteld  in een schrif­telijke overeenkomst tussen de artsen-vennoten en de vennoot­schap.

32.- De zaakvoerder(s) kunnen bepaalde taken aan niet–artsen delegeren, doch enkel in niet-medische aangelegenheden.

Een niet-arts kan enkel als mede-zaakvoerder benoemd worden met dien verstande dat deze niet statutair benoemd wordt. Er moet ook duidelijk vermeld worden dat deze enkel kan instaan voor niet-medische aangelegenheden en dat hij/zij  geen lidmaatschapsrechten noch stemrecht heeft op de algemene vergadering.  De mede-zaakvoerder moet een natuurlijk persoon zijn.

33.De benoeming van dergelijke mede-zaakvoerder moet voldoende gemotiveerd, schriftelijk ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd worden.

 

ALGEMENE VERGADERING

34.Elke vennoot kan zich op een vergadering laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde,  vennoot.

Iedere gevolmachtigde kan slechts 1 volmacht uitoefenen.

Ieder aandeel geeft recht op 1 stem.

  

JAARREKENING, WINSTVERDELING RESERVES

35.Winstverdeling: 5 % voor de wettelijke reserve, tot één tiende van het kapitaal bereikt is;

Over het saldo beslist de Algemene Vergadering met eenparigheid

van stemmen en met inachtneming van de wettelijke bepalingen.

36.Elke verwijzing naar obligaties en obligatiehouders dient weggelaten te worden.

 

ONTBINDING, VEREFFENING

37.Bij ontbinding van de vennootschap gebeurt de vereffening door de geneesheren-zaakvoerders  in functie, tenzij de Algemene Vergadering een of meer vereffenaars benoemt.

38.De vennootschap wordt niet ontbonden door de ontzetting, het kennelijk onvermogen of de dood van een vennoot.

39.Bij ontbinding van de vennootschap zal een beroep worden gedaan op artsen voor de afhandeling van zaken die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van de patiënten en/of het beroepsgeheim van de vennoten. 

40.De term “faillissement” past niet in deze clausule van de statuten van een professionele artsenvennootschap.

 

ANDERE BEPALINGEN                                      

41.- Buitengewone Alg. Verg., benoemen van zaakvoerder: duur van de opdracht van de zaakvoerder(s)  moet overeenstemmen met de duur in het artikel betreffende “bestuur, vertegenwoordiging”.             

 

STATUTENWIJZIGING

Iedere statutenwijziging dient ter goedkeuring aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen voorgelegd te worden.

Indien de oorspronkelijke statuten door de Raad geviseerd werden, dient enkel de statutenwijziging goedgekeurd te worden op voorwaarde dat geen melding gemaakt wordt van volledig nieuwe statuten.

- Statutenwijzigingen kunnen enkel geviseerd worden indien de oorspronkelijke statuten door een Provinciale Raad goedgekeurd werden.

 

8. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR C.R.A. IN RUST- EN VERZORGINGSTHUIZEN.

 

Definitie:

- C.R.A.: Coördinerend en Raadgevend Arts.

- R.V.T.: Rust- en VerzorgingsTehuis.

 

1)De functie van C.R.A. in een R.V.T. wordt wettelijk bepaald in het K.B. van 2.12.1982,  het K.B. van 24.6.1999 en het K.B. VAN 9.3.2014.  De taken dienen vermeld in het contract.

2) Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de CRA om het Algemeen Reglement van de medische activiteit van de instelling en het typecontract voor de bezoekende arts en alle wijzigingen ervan voor te leggen aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. 

3) De C.R.A. dient zich ervan bewust te zijn dat zijn taak als C.R.A. duidelijk omschreven is en dat hij slechts in uitzonderlijke gevallen, zoals bepaald in het contract, de taak van de behandelende geneesheer tijdelijk kan overnemen, nl.

- De C.R.A. mag de rol van de behandelende arts slechts opnemen of overnemen, zonder toestemming van deze laatste indien de behandelende arts of zijn vervanger niet bereikbaar zijn en indien het gaat om een spoedsituatie, in afwachting van de behandelende arts.     

4) De C.R.A. heeft geen inzagerecht in het medische dossier van een andere behandelende arts zonder diens toestemming. 

5) De C.R.A. moet zijn functie waarnemen met inachtneming van alle deontologische principes, in het bijzonder van de collegialiteit. 

6) De C.R.A. dient zich te houden aan de absolute vrije keuze door de patiënt van zijn behandelende arts.

7) De C.R.A. dient ervan bewust te zijn dat er op medisch vlak een onafhankelijksprincipe tegenover het R.V.T. is.    

8) Het contract van de C.R.A. dient afgesloten te worden voor een welomschreven periode in tijd (maximum 6 jaar), eventueel hernieuwbaar

9) De C.R.A. vrijwaart de vrije keuze van de patiënt bij aankomst in het R.V.T. indien deze geen behandelende arts heeft. Zijn taak als C.R.A. betekent niet automatisch dat hij zichzelf als behandelend arts kan aanbieden.

10) Deontologische geschillen vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de Provinciale Raad van de Orde der Artsen.

                                          

9. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR STATUTEN VAN HUISARTSENKRINGEN EN WACHTREGLEMENTEN.

ALGEMENE DEFINITIES:

- Praktijkvoerende huisarts: erkende huisartsen, huisartsen in beroepsopleiding en algemeen geneeskundigen met verworven rechten.

- Huisartsenzone: geografisch aaneengesloten gebied met expliciete vermelding van gemeenten met postcode.

- Huisartspraktijkpermanentie: beschikbaarheid van de huisartsgeneeskunde ten aanzien van het patiëntenbestand van één of meerdere praktijken.

- Huisartsenwachtdienst (Wacht-Dienst-Organisatie: W.D.O.): uitgewerkt beurtrolsysteem dat regelmatige verstrekkingen van huisartsgeneeskundige zorgen aan de bevolking garandeert en dat wordt beheerd door praktijkvoerende artsen binnen de huisartsenzone.

 

A. STATUTEN V.Z.W. HUISARTSENKRINGEN:

- De structuur en het doel worden wettelijk vastgelegd in het K.B. van 8 juli 2002.

- De Provinciale Raad dient er specifiek op te letten dat:

1) de huisartsenzone concreet ingevuld wordt, zijnde de gemeenten en de bijhorende postnummers.

2) een Huishoudelijk Reglement opgesteld wordt en voorgelegd moet worden zelfs na toekenning van het visum aan de statuten van de V.Z.W.

3) een huisartsenwachtdienst in de huisartsenzone een lokaal geldend wachtreglement moet voorleggen. Binnen de huisartsenzone dienen deze wachtdienstreglementen conform de deontologie te zijn en te voorzien in een continuïteit van zorg door de huisarts in tijd en ruimte. Deze reglementen worden vóór het ingaan door de voorzitter van de V.Z.W. Huisartsenkring aan de Provinciale Raad voorgelegd.

4) volgende deontologische verplichtingen gerespecteerd worden, namelijk:

- De statuten en huishoudelijke reglementen en wijzigingen ervan moeten vooraf ter nazicht en goedkeuring voorgelegd aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. 

- Elk lid blijft als arts op deontologisch vlak persoonlijk verantwoordelijk voor zijn daden als praktijkvoerend huisarts, zowel tijdens de beoefening van het beroep als voor daden gesteld binnen het kader van de werking van de vereniging.

- Het Huishoudelijk Reglement van de wachtdienst wordt ter nazicht en goedkeuring voorgelegd aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen en aan de Provinciale Geneeskundige Commissie. 

 

B. HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE V.Z.W. HUISARTSENKRING

wordt aanzien als een overeenkomst tussen de artsen-bestuurders om de taken opgelegd in de statuten te realiseren.

Aangezien dit een overeenkomst tussen artsen is dienen volgende deontologische principes vermeld of aan bod te komen.

- De overeenkomst en de wijzigingen ervan dienen voorafgaandelijk voorgelegd te worden aan de Provinciale Raad.

- Een geschillencommissie moet voorzien worden en geschillen van deontologische aard vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de Orde der Artsen.

- In het Huishoudelijk Reglement dient vermeld: welke huisartsenwachtdiensten functioneren; dat de Raad van beheer van de V.Z.W. Huisartsenkring de verantwoordelijkheid draagt over het organiseren en coördineren van de wachtdiensten en dat het aangewezen is dat de beheerders van de V.Z.W. een specifieke verzekering afsluiten om de aansprakelijkheid te dekken voor alle taken voorzien door de wet.

- De continuïteit van de zorg in tijd en ruimte tijdens de wachtdienst dient specifiek vermeld te worden en de beheerders verklaren expliciet dit deontologisch principe correct na te leven.

- De beheerders zien erop toe dat het Huishoudelijk Reglement alleen handelt over de taken zoals voorzien in de wet en bijdraagt tot een betere collegiale samenwerking tussen de huisartsen.

 

C. WACHTREGLEMENTEN WEEKEND: (W.D.O.):

1) Elke oproep van patiënten zal op een adequate wijze beantwoord worden, zijnde: dringende zorgen verlenen aan de patiënt waarvan de behandelende arts niet bereikbaar is en passende hulp bieden in een aanvaardbaar tijdsbestek.

2) De continuïteit in tijd (met begin- en einduur) van de wachtdienstdagen dient vermeld te worden.

3) De continuïteit in ruimte (duidelijk bepaald, niet betwistbaar) dient omschreven te zijn.

4) Elke praktijkvoerende arts moet ingeschreven zijn in de wachtregeling (geen uitsluiting).

5) Een geschillenregeling moet zowel lokaal als binnen de huisartsenzone voorzien worden. Deontologische geschillen vallen onder de bevoegdheid van de Provinciale Raad van de Orde der Artsen.

6) Elke arts dient het reglement te ondertekenen.

7) Waarborgen in verband met deontologie en collegialiteit in het bijzonder dienen vermeld met het te volgen protocol (briefing, telefonisch of elektronisch).

8) - Gebeurt de bekendmaking van de wacht door de publicatie van een naam, adres en woonplaats in de lokale bladen en via internetsites, dan is bemanning van het kabinet noodzakelijk aangezien een aantal patiënten zich rechtstreeks naar het kabinet zullen begeven.

- Gebeurt de oproep via een centraal oproepnummer en is een rechtstreeks contact met de wachtdoende arts mogelijk via een vast telefoontoestel of via een gsm, dan kunnen de nodige afspraken telefonisch gemaakt worden en is permanente bemanning van het kabinet niet noodzakelijk.

9) Ingeval van arbitrage bij al dan niet-medische geschiktheid om aan de wachtdienst deel te nemen dient er in gemeenschappelijk akkoord tussen het bestuur van de huisartsenkring en de arts in kwestie een expert-arbiter aangesteld te worden.  Indien er binnen de maand geen akkoord bereikt wordt rond de naam van de expert-arbiter, dient de zaak verwezen te worden naar de Provinciale Raad van de Orde der Artsen.               

 

 

D. HUISARTSENPRAKTIJKPERMANENTIE:

Deze dient het volgende te voorzien:

1) de continuïteit van de zorg concreet in tijd en ruimte;

2) dat medische gegevens van een patiënt moeten kunnen ingezien worden door de wachtdoende arts, ofwel via dossiersysteem ofwel door contactopname met de behandelende geneesheer;

3) collegiaal en deontologisch handelen;

4) een conflictregeling; deontologische geschillen vallen onder de bevoegdheid van de Orde der Artsen.

5) een protocol van briefing en debriefing.

6) de gelijkheid van deelnemende artsen.                 

  

10. MINIMALE DEONTOLOGISCHE PRINCIPES VOOR CONTRACTEN ALS CONTROLEARTS VOOR EEN VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ

CONTROLEARTS: controlegeneeskunde, onderzoeken voor werkgevers en/of verzekeringen.

Deze controles of onderzoeken kunnen gebeuren als hoofdberoep, hetzij als zelfstandige, hetzij in vast dienstverband.

Zij kunnen ook gebeuren min of meer occasioneel, als nevenberoep, in combinatie met de huisartsgeneeskunde als hoofdberoep, of met enige andere specialiteit.

Het zal aan te raden zijn in de samenwerkingsovereenkomst te vermelden of de arts zijn medewerking verleent als zelfstandige of in vast dienstverband. 

Arts met beroepservaring of kwalificatie:

Controle mag alleen uitgevoerd worden door een arts, gerechtigd de geneeskunde uit te oefenen en met voldoende ervaring. Een ervaring van vijf jaar als arts is minimaal. Dit geldt eveneens indien de aangeduide controlearts zich laat vervangen. 

Onafhankelijkheid:

De controlearts moet onafhankelijk zijn ten opzichte van de opdrachtgever, ook van de eventuele werkgever. De onafhankelijkheid moet door de overeenkomst gewaarborgd worden.

Indien de controlearts zijn activiteit uitoefent naast een praktijk van huisarts, zal hij geen controles uitoefenen binnen zijn eigen wachtgebied. Er kan een afstand van het eigen kabinet afgesproken worden: bv. voor grote agglomeraties.

Medisch beroepsgeheim:

Het beroepsgeheim dient in alle omstandigheden bewaard te worden.

Er kan ten opzichte van de opdrachtgever, de hoofdgeneesheer, de arbeidsgeneesheer geen sprake zijn van gedeeld beroepsgeheim.

Collegialiteit:

In zijn verhouding met de behandelende arts zal de controlearts steeds zorgen voor contact en informatie.

Hij onthoudt zich van ieder commentaar op de behandeling door de collega.

Hij zal geen invloed uitoefenen op de gecontroleerde patiënt in verband met de vrijheid van keuze van deze laatste.

Eerbied voor de gecontroleerde:

Hij zal de gecontroleerde onderzoeken, hetzij ten huize van de zieke, hetzij in een degelijk uitgerust kabinet. Hij zal zich onthouden van kwetsende uitlatingen of kritiek.

Geschillen:

Geschillen van deontologische aard vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de Provinciale Raden van de Orde.