TEL: 02 230 22 54

Over de werking van de Raad

De bevoegdheden van de provinciale raad worden opgesomd in het K.B. van 10 november 1967 betreffende de Orde van Geneesheren. Heel in het kort betreffen deze:

  • het opmaken van de lijst van de Orde;
  • het waken over de naleving van de regelen van medische plichtenleer en desgevallend het nemen van tuchtmaatregelen;
  • het verstrekken van adviezen over vragen van de medische plichtenleer aan de ingeschreven artsen;
  • het inlichten van de bevoegde overheden van daden van onwettige uitoefening van de geneeskunde;
  • het scheidsrechtelijk optreden inzake honorariageschillen.

Onze provinciale raad acht het tot zijn voornaamste taak om artsen te adviseren over de regels van de medische deontologie en vindt het heel belangrijk om door middel van informatie en preventie de artsen hierin te begeleiden. Veel concrete vragen van (vaak jonge) collega’s kunnen snel en eenvoudig beantwoord worden en daarvoor staat onze juridisch adviseur altijd klaar, telefonisch of via e-mail. Het antwoord op meer complexe of principiële vragen over de medische deontologie worden door het Bureau voorbereid en voorgelegd aan de voltallige Raad.

Eenvoudige vragen omtrent de medische plichtenleer en verwijzingen naar adviezen van de Nationale Raad worden aangeboden op de website van de provinciale raad.

Duidelijke deontologische richtlijnen inzake contracten en statuten die de uitoefening van de geneeskunde betreffen zijn beschikbaar via het secretariaat, alsook hulpmiddelen voor de praktijkuitoefening (wachtzaal-affiche betreffende medische attesten, parkeerkaart dokter met wachtdienst, …).

Spijtig genoeg vormen klachten tegenover een arts een belangrijk deel van de dagelijkse post die de provinciale raad ontvangt. Klachten kunnen uitgaan van patiënten of derden, van collega’s, of van de overheid. De klager heeft recht op een ernstige behandeling van zijn of haar klacht en elke klacht wordt dan ook onderzocht op zijn ernst, waarheidsgehalte en deontologische context. Het tuchtrecht laat echter niet toe dat de klager geïnformeerd wordt over het eventuele gevolg dat er aan de klacht wordt gegeven en dit kan begrijpelijk maar onterecht tot heel wat argwaan leiden bij de klager omtrent de objectieve behandeling van de klacht door de Orde. Anonieme klachten worden in principe door de provinciale raad niet behandeld. Indien de klacht geen inbreuk tegen de medische plichtenleer betreft, kan de provinciale raad niet optreden, wel wordt in de mate van het mogelijke de klager geïnformeerd over de juiste kanalen waar hij of zij terecht kan.

Elke klacht komt ter kennis van het Bureau dat een summier onderzoek doet en de klacht ter kennis brengt van de voltallige Raad. In sommige gevallen kan het Bureau bemiddelen om de beide partijen te verzoenen. Indien een klacht niet ongegrond wordt geacht, wordt de zaak in onderzoek gesteld. Eén van de onderzoekscommissies van de provinciale raad zal het onderzoek voeren en kan daarvoor zowel de klager als de beklaagde arts horen. Een onderzoek houdt geen beschuldiging  of oordeel in! Een magistraat-assessor is steeds aanwezig bij het onderzoek om de rechten van de arts te waarborgen. De arts mag zich laten bijstaan door een  raadsman (advocaat). Na afloop van het onderzoek brengt de onderzoekscommissie verslag uit aan de Raad, die beslist welk verder gevolg er aan de zaak moet worden gegeven (in deze beslissing worden de leden van de onderzoekscommissie niet betrokken).

Indien de Raad meent dat de zaak ernstig genoeg is om een tuchtmaatregel te overwegen, zal de Raad een betichting formuleren en de arts uitnodigen om zich te verdedigen tegen de betichting. De opgeroepen arts mag zich laten bijstaan door een raadsman (advocaat) en desgewenst ook door een deskundige. Na de arts en eventueel diens raadsman gehoord te hebben, beraadslaagt de Raad en stemt over de schuldvraag en de eventuele strafmaat. Naast de vrijspraak voorziet de wet als mogelijke sancties:

  • de waarschuwing,
  • de censuur,
  • de berisping,
  • de schorsing van het recht de geneeskunde uit te oefenen gaande van 1 dag tot maximaal 2 jaar, of
  • de schrapping van de lijst.

Tegen de beslissing van de Raad kan de arts beroep aantekenen. Het beroep is opschortend.

Over de juridische beginselen die van toepassing zijn op de procedures in tuchtzaken en over de procedure voor de Raad van Beroep meer in een volgend tijdschrift!

Contracten die de uitoefening van de geneeskunde betreffen, samenwerkingsovereenkomsten, wachtreglementen, vennootschapsstatuten en dergelijke vormen een ander belangrijk deel van de activiteiten van de Raad. Deze contracten, statuten, overeenkomsten dienen vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Raad. Hiervoor is een specifieke “Contractencommissie” werkzaam binnen de provinciale raad. Deze commissie behandelt alle vragen betreffende de deontologische aspecten van contracten en statuten en overeenkomsten, bestudeert de voorgelegde contracten en statuten, geeft er desgevallend opmerkingen op en adviseert de Raad om het visum te verlenen aan het voorgelegde document. Eenvoudige vragen van meer technisch-juridische aard kunnen gesteld worden aan het secretariaat van de Raad: de medewerkers zullen waar mogelijk de juiste informatie doorgeven.

Voor specifieke aangelegenheden die een grondige studie vergen kan de Raad overgaan tot het oprichten van een “ad hoc-commissie”. Voorbeelden zijn: materies die specifiek de ziekenhuisgeneeskunde of de huisartsgeneeskunde aanbelangen, internet- problematiek, …. 

De provinciale raad wil vooral zijn adviserende rol benadrukken en de ingeschreven artsen helpen en informeren inzake deontologische vraagstukken. Goede informatie kan heel wat geschillen voorkomen!