TEL: 02 230 22 54

Over ons

Wij heten u welkom op de website van de provinciale raad van de Orde der artsen van Vlaams-Brabant en Brussel.

De Orde der artsen bestaat uit volgende organen: 10 provinciale raden, een Franstalige en een Nederlandstalige Raad van beroep en de Nationale Raad.

Oprichting

De Orde der artsen werd opgericht bij wet van 25 juli 1938. De Tweede Wereldoorlog legde echter de uitvoering van deze wet stil. Uiteindelijk zou ze slechts een decennium later toegepast worden: een besluit van de Regent van 3 april 1947 regelde de inrichting van de eerste verkiezingen die plaatsvonden op 13 juni 1947.

Al vrij snel nadat de wet in werking was getreden, bleek dat zij leemten vertoonde en dat er aanvullingen en wijzigingen noodzakelijk waren. Opeenvolgende wetsontwerpen die hieraan moesten verhelpen bereikten echter nooit het stadium van wet. Uiteindelijk duurde het tot in 1967 vooraleer een wetswijziging werd doorgevoerd. Dat gebeurde door het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 "betreffende de Orde der geneesheren". Dit koninklijk besluit is nog steeds van kracht. Het werd gewijzigd in 1970, 1972 en 1985.

De provinciale raad van de Orde der artsen van Vlaams-Brabant en Brussel

De bevoegdheden van de provinciale raad worden opgesomd in het K.B. van 10 november 1967 betreffende de Orde van Geneesheren.

Kort samengevat betreffen deze:

  • het opmaken van de lijst van alle leden van de Orde;
  • het waken over de naleving van de regels van medische plichtenleer en desgevallend het nemen van tuchtmaatregelen;
  • het verstrekken van adviezen over vragen van de medische plichtenleer aan de ingeschreven artsen;
  • het inlichten van de bevoegde overheden van daden van onwettige uitoefening van de geneeskunde;
  • het scheidsrechtelijk optreden inzake honorariageschillen.

Adviesverlening aan artsen die op onze lijst ingeschreven zijn

De voornaamste taak van onze provinciale raad bestaat er in de eerste plaats hoofdzakelijk uit om artsen advies te verlenen aangaande de regels van de medische deontologie.  Hierbij is het heel belangrijk om door middel van informatie en preventie de (vaak jonge) artsen te begeleiden in hun beroepsloopbaan. Onze juridisch adviseur staat altijd (telefonisch of via e-mail) klaar om de vele concrete vragen van deze  collega’s snel en eenvoudig te kunnen beantwoorden. Het voorstel van een antwoord op meer complexe of principiële vragen over de medische deontologie wordt door het Bureau van de provinciale raad geformuleerd en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de voltallige Raad.

Eenvoudige vragen omtrent de medische plichtenleer en verwijzingen naar adviezen van de Nationale Raad worden aangeboden op de website van de provinciale raad.

Duidelijke deontologische richtlijnen inzake contracten en statuten die de uitoefening van de geneeskunde betreffen zijn beschikbaar via het secretariaat, alsook hulpmiddelen voor de praktijkuitoefening (wachtzaal-affiche betreffende medische attesten, parkeerkaart dokter met wachtdienst, …).

Klachtenbehandeling

Spijtig genoeg ontvangt de provinciale raad vrijwel dagelijks klachten tegenover artsen. Klachten kunnen uitgaan van patiënten of derden, van collega’s, of van de overheid.

De klager heeft recht op een ernstige behandeling van zijn of haar klacht en elke klacht wordt dan ook onderzocht op zijn ernst, waarheidsgehalte en deontologische context. Het tuchtrecht laat echter niet toe dat de klager geïnformeerd wordt over het eventuele gevolg dat er aan de klacht wordt gegeven.  Heel begrijpelijk maar onterecht kan dit dan ook tot heel wat argwaan leiden bij de klager omtrent de objectieve behandeling van de klacht door de Orde.  Het informeren van de klager over het gevolg dat aan diens klacht wordt gegeven, zal na de op handen zijnde hervorming van de orde, wel toegelaten zijn – maar dit is tot op heden nog niet het geval.

Anonieme klachten worden in principe door de provinciale raad niet behandeld.

Indien de klacht geen inbreuk tegen de medische plichtenleer betreft, kan de provinciale raad niet optreden. In de mate van het mogelijke wordt de klager wel geïnformeerd over de juiste kanalen waar hij of zij terecht kan.

Elke klacht wordt voorgelegd aan het Bureau. Na een summier onderzoek wordt de klacht vervolgens ter kennis gebracht van de voltallige Raad.

Bemiddeling

In sommige gevallen kan het Bureau bemiddelen om de beide partijen te verzoenen. Indien een klacht niet ongegrond wordt geacht, wordt de zaak in onderzoek gesteld. Eén van de onderzoekscommissies van de provinciale raad zal het onderzoek voeren en kan daarvoor zowel de klager als de beklaagde arts oproepen en verhoren. Een dergelijk onderzoek of verhoor houdt echter geen beschuldiging of veroordeling in! Er is bij dit onderzoek steeds een magistraat-assessor aanwezig teneinde de rechten van de arts te waarborgen. De arts mag zich tevens laten bijstaan door een  raadsman (advocaat). Na afloop van het onderzoek brengt de onderzoekscommissie verslag uit aan de Raad, die beslist welk verder gevolg er aan de zaak moet worden gegeven. De leden van de onderzoekscommissie worden niet betrokken in het nemen van deze beslissing.

Indien de Raad meent dat de zaak ernstig genoeg is om een tuchtmaatregel te overwegen, zal de Raad een betichting formuleren en de arts uitnodigen om zich te verdedigen tegen deze betichting. De opgeroepen arts mag zich laten bijstaan door een raadsman (advocaat) en desgewenst ook door een deskundige. Na de arts en eventueel diens raadsman gehoord te hebben, beraadslaagt de Raad en stemt over de schuldvraag en de eventuele strafmaat. Naast de vrijspraak voorziet de wet als mogelijke sancties:

  • de waarschuwing,
  • de censuur,
  • de berisping,
  • de schorsing van het recht de geneeskunde uit te oefenen gaande van 1 dag tot maximaal 2 jaar, of
  • de schrapping van de lijst.

Tegen de beslissing van de Raad kan de arts beroep aantekenen. Het beroep is opschortend.

Revisie van contracten en statuten

Een ander belangrijk deel van de activiteiten van de Raad vormen de contracten die de uitoefening van de geneeskunde betreffen, de samenwerkingsovereenkomsten, de wachtreglementen, de vennootschapsstatuten enzovoort. Deze contracten, statuten, overeenkomsten dienen vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Raad.  Hiervoor is een specifieke “Contractencommissie” werkzaam binnen de provinciale raad. Deze commissie behandelt alle vragen betreffende de deontologische aspecten van contracten en statuten en overeenkomsten, bestudeert de voorgelegde contracten en statuten,  geeft er desgevallend opmerkingen op  en adviseert de Raad om het visum te verlenen aan het voorgelegde document. Eenvoudige vragen van meer technisch-juridische aard kunnen gesteld worden aan het secretariaat van de Raad: de medewerkers zullen waar mogelijk de juiste informatie doorgeven.

Voor specifieke aangelegenheden die een grondige studie vergen kan de Raad overgaan tot het oprichten van een “ad hoc-commissie”. Voorbeelden zijn: materies die specifiek de ziekenhuisgeneeskunde of de huisartsgeneeskunde aanbelangen,  internet- problematiek, ….

De provinciale raad wil vooral zijn adviserende rol benadrukken en de ingeschreven artsen helpen en informeren inzake deontologische vraagstukken.  Goede informatie kan heel wat geschillen voorkomen!